Een ouwe madam met spierwit haar ( ik schat haar tussen tachtig en negentig jaar ) zet zich aan de terrastafel naast mij. Dit is de stationbuurt. Het is tropisch heet. Ze bestelt een kleine Stella. We zitten beiden voor ons uit te kijken. Ze heeft minsten dertig jaar meer dan ik meegemaakt.
Misschien is ze jong gebleven in gedachten of zijn de herinneringen gebleven. Een Stella drinkende oude vrouw naast mij. Wie weet masturbeert ze nog. Zou ze nog een minnaar willen? De straat oversteken is allang geen schijnbeweging meer.
Nu ze weggegaan is met haar krokodillen lederen handtas kijk ik naar een overblijvend straatbeeld. De zomer maakt de mensen mooi.
Jonksheid door de kleren kijken. Ze moeten maar zo schoon niet zijn.
Hun gekwetter schalmt in mijn oren. Mijn nalatenschap zal minder zijn dan deze samenleving te bieden heeft.
Ze gaan heen en weer in een zekere liefkozing van zichzelf. Soms staan ze te wachten op een bus of een trein. Ze proberen thuis te geraken.
Nu zit er iemand met wit geverfd haar en een tatoeage op haar bovenarm naast mij. Ze stinkt naar de déodorant.
Ik ga naar huis. In het veld nog even in een berm landschooien. Het riekt er naar groen.
Vanavond gaat het weeral donker worden vanuit het schemer waarin woorden nog nauwelijks leesbaar zijn. Mooi, die gloed in die warmte.
begin
Home
|