Op een grasveld opbenbaar liggen twee ontblote lichamen van een man en een vrouw zomaar in een namiddagzon naast elkaar. Hij op de buik, zij op de rug zonder zonnebril aan. Hoe doet ze het? Zelfs halfschaduws is het licht verblindend. Halfschaduws, bestaat dat wel? Ja, het bestaat. Het is…als je vanuit een schaduw over zijn begrenzing kijkt.
Aan elk stoplicht zie ik fietsende schouders schaars gestrengd in pastelkleurige lintjes. Je ziet ze verschijnen met het zomerlicht, sommigen als een firnament vol sproeten, anderen egaal
als een sneeuwlandschap of als een stilstaand oppervlak van koffie verkeerd. Dan ga ik langs zonovergoten terrassen, nokvol versierd met korte rokjes net niet het mysterie van donkere spelonken onthullend. De vijftig voorbij heb ik daar meer aandacht voor. Neuriënd begeef ik me door deze diversiteit. De wereld is het bekijken waard. Het gebeurt in een schijnbeweging van noodzaak en luiheid.
de stad smeult naar de vooravond…
leuren, gluren in straten langs open pleinen
toevallig raken ogen elkaar op de grens van het onuitstaanbare
parfums in de straat
jonge meisjes rieken fruitig, hun moeders iets meer genuanceerd en de oudere dames laten nog altijd met dit zomerweer die onverwoestbare zweem van gedegenheid na
diep uitgesneden decoltés
ze doen alsof het hun niet kan schelen…
al zijn ze gladiatoren in een overbevolkte stad
en etaleren ze het beste van zichzelf
in een gratuit spektakel van vleesgeworden schoonheid
ik denk aan de sterfelijkheid ervan,
al die schoonheid die zal veranderen
als een roestig stuk oud ijzer
dan kijken ze net zoals ik naar al die beweging
terwijl het kruid rond mijn grafsteen bloeit
voor het zover is ga ik naar huis
met de ondergaande zon als gesmolten goud in mijn ogen
langs een zingend landschap in een heidens hooglied
een onzichtbaar geluid,onzichtbaarder dan de ziel
begin
Home
|