Helemaal bloot is minder spannend dan deels bedekt. Tijdens een dorpsfeest sluip ik naar buiten om geruchten te beluisteren, mensen te bespieden en ga ik een hamburger halen zonder iemand met een zelfgemaakt houten zwaard tegen te komen die zegt: hopelijk is het morgen ook nog goed weer. Voor een keer voel ik onmacht omdat het geen spel meer is. Het lijkt of het lot van onze huidige beschaving bepaald wordt door vleselijk geworden kwaad. Iemand zei dat religie en poëzie alleen maar troostende woorden zijn voor de onzekerheid van iemands bestaan.
Is de pompbak hersteld?
    Neen, ik heb stoverij klaar.
Ik had liever dat de pompbak hersteld was en dat we een boterham met kaas eten vanavond.
    Ik vond geen schroevendraaier.
Maar wel stoofvlees hoewel de beenhouwer met vakantie is.
    Ik heb het soepvlees van eergisteren gestoofd met groenten van bij Arlette.
En ondertussen blijft de pompbak verstopt.
    Drinken we rode of witte wijn bij het eten?
Voor mij witte wijn.
    En voor mij een rode.
Ontstop je daarna de pompbak?
    Als jij de schroevendraaier voor me vind.
Waar ligt die?
    Weet ik niet.
Stoofvlees van soepvlees en de pompbak die niet ontstopt is doordat je me niet kan vertellen waar die ligt.
    Stel je voor dat we in Bagdad zouden wonen.
Nu wordt je weer extreem.
    Neen, ik relativeer onze miserie van een verstopte pompbak.
In Egypte was je asociaal.
    Kun jij dan van rechts naar links schrijven?
Niet in de steegjes.
    Weet je wat? Ik ga de pompbak herstellen.
Zonder schroevendraaier?
    Ja, ik haal een oude Belgische frank uit mijn trouwkostuum. Die past in de gleuf van de vijs. Waar hangt mijn trouwkostuum?
    Dat hebben we niet meer. Je hebt dat jaren geleden verkwanseld met carnaval.
Niet waar. Dat was je trouwkleed.

 

 

begin

Home