Toen ik hem pas leerde kennen schilderde hij vagina's abstract op doek. Hij had ook een mooi schilderij gemaakt van een geboorte.
In Toscanië hielp ik hem mee om stenen te verzamelen. De hele dag stapelde hij die zorgvuldig in een patroon, lag er droog hooigras tussen en stak het op een avond in brand.
's Anderendaags zag ik vanop een heuvel weeral die vagina liggen in houtskool en stenen. Onverkoopbaar is dat.
Daarna begon hij te experimenteren met grasscheuten tussen serrenglas. Het vergankelijke, noemde hij dat.
Uit nieuwsgierigheid van lang niet meer gezien kom ik in zijn atelier. Er hangt een koersfiets van zijn vader in tegenlicht voor het venster. Ze hebben mij hiermee nog omvergereden, zegt hij.
Het ruikt hier naar terpentijn en verf. Hij maakt vezelmensen nu. Proberen, noemt hij dat.
Ja, proberen, niet definitief. We zien wel. Ergens zal er iemand zijn die het begrijpt.
begin
Home
|