Opwaaiende sneeuw meegesleurd in kronkelende spiralen langs de binnenkoer, rond de openstaande parasol die niet meer dicht gaat. De wind is zichtbaar geworden.
Het deert de merel niet die zijn winterdorst lest aan het lauwe water door mijn handen geschonken.
De sneeuwstorm. Ik heb er de ganse dag op gewacht, kijkend langs het keukenvenster. Nu laait hij op, hevig als witte regen, spierwit de lucht doorklievend.
De buitenlucht wenkt, roept, giert, brult. De moeder van alle winters lokt me buiten.
Deze keer heb ik mijn blad papier niet meegenomen. Het zou binnen de kortste tijd verweken,
de inkt zou terstond verwateren, het zou zinloos zijn.
Ik wil gedachteloos de witte zee doorwaden
geen woorden die opkomen
zelfs mijn ogen zullen niet beschrijven
ik zal als een blinde zien.
Dat probeer ik vruchteloos te doen. Ik probeer het desondanks twee uur lang. Eerst met rugwind,
dan in ijzige tegenwind tot mijn gedachten van de kou verstijven en mijn sik bevriest.
Het is ondertussen donker geworden. Mijn tabak in mijn bovenzak is ingesneeuwd.
Verlaten straten, joelende sneeuw in straatlicht en een paar idioten die het trottoir
voor hun inkom ruimen. Alleen de vier-maal-vier aangedreven bedrijfswagens gorren oneigenlijk snel naar- of van huis. En ik.. ik slenter als een sneeuwman voorovergebogen met een bevroren verhaal in gedachten terugwaarts.
Eigenaardig dat de straten verlaten zijn, dat de kinderen met hun sleden niet naar buiten komen.
In mijn tijd zouden we nu al een sneeuwman maken uit schrik dat het morgen zou dooien. We zouden met tientallen de krekelenberg afglijden, stoeien en groeien tot s'nachts en niet bevriezen.
Het duurt misschien nog even vooraleer ze het weten dat het sneeuwt, of komt het door de media die bijtijds vertelt dat er iemand doodgevroren is?
Het zou me kunnen overkomen: in het donker uitglijden in een greppel en met een gebarsten hoofd of gebroken been hulpeloos blijven liggen. Geen kat die voorbij zou komen. Het verhaal zou ongeschreven zijn.
t’huis gekomen
levend ben ik
gaat mijn versteend lichaam ontdooien
brandt de binnenlucht in mijn ogen
in mijn eigen verdiept
op zoek naar een schim van gedachten
gaan mijn lippen opnieuw stamelen
vind ik terug mijn kreet
begin
Home
|