Midden in een slapeloze nacht heeft ze haar rag gebouwd. Elke ochtend kijk ik, blaas ik haar mijn adem toe en wacht op een teken van leven. Ik weet dat ze stilzwijgend de tijd bespeelt tot het toeval haar honger stilt.
Het kaarslicht danst, verdrinkt nachtvlinders in het glas. Er is leven in de nacht. Ik raak haar met een handdruk aan liegt de waarheid in een spiegel.
In mijn droom zag ik iemand uitbundig dansen op een regenboog met een lied dat in wolken verdween. Daarna leek alles tot ziens.

Brood op de binnenkoer. Het onweer klettert. De hond schuilt en regen koelt, doordrenkt de omgeving, behalve deze tafel waarop potloodgeschrift niet verwatert.

 

 

Begin

Home