Middenin de woonkamer
tussen een halfhoge scheidingsmuur en draagbalk
heeft een kruisspin haar rag gebouwd.
In een slapeloze nacht
tel ik in het tegenlicht
de spiraaldraden een voor een
langs het spinodaal.
Elke ochtend kijk ik naar haar aanwezigheid
en betreur dat ze bot gevangen heeft.
Onbewogen zit ze daar
in haar eigen net gevangen
wachtend op een prooi.
Soms blaas ik haar mijn adem toe
en wacht op een teken van leven
want dagenlang zit ze daar
roerloos te vasten.
Toch weet ik
dat ze in haar stilzwijgend heelal
de tijd bespeelt als lokaas.
Ik wacht, ik kijk
tot het toeval haar honger stilt.
Begin
Home
|