Een vrouw duwt een kinderkoets voor zich uit. Ik kijk er naar.
In deze dagval vliegt een vogel langs een verknipte omheining.
Een ouderling verdeelt de mest en kijkt me aan.
De wind blaast koelte langs hem en mij.
het hooggras bloeit
dofglanst in laag licht
mensen gaan mijn traagheid voorbij
alsof beweging en tijd veranderd zijn
in een wereld van verkapte zielen
noch de vleugelslag van een kraai
of het spurten van een vogeldier
gaan dit vermijden
Begin
Home
|