we hebben de tijd verzonnen
nieuwjaar vervroegd
het hoofd van vriend en vriendin gekust
op een zelfgekozen moment
en daarna thuisgekomen
licht de hemel op boven deze plek wat ooit een dorp was
knalt de solidariteit onder het wolkendek
terwijl de hondeteven janken
alsof de oorlog losgebarsten is
en denk ik: god-ten-ere toch
moest het sterrenbeeld verdwijnen
wie zal dan voor de nachten schijnen
moeder
zal ik koffie maken
ja zoon
de borze staat op het schap
we kusten mekaars lippen
tegen mijn vader zei ik
ik geef u een hand
we zongen herinneringen
gingen daarna verder
aan een lege horizon
en bloesem van avondrood
beken ik
koppig
in een roes van windsdronk
met een zwaar hart
tot zo’n liefde
veroordeeld te zijn
begin
Home
|