begin

Home


Ze heeft het laatste bot dat ze gekregen heeft afgeknaagd. Wij vegen het vet van onze kin.
Voortaan zullen we mekaar een zoen geven als we thuis komen of vertrekken.
Dag schat. Een knuffel. De laatste keer, zoveel lieflijkheid vergeten.
Weet jij waar de emmer staat, vraagt hij.
Ik moet vanavond nog strijken, zegt zij.
De piloten in de vliegers vervelen zich dood. De hond luistert aandachtig naar vereemzaamd geblaf in de verte, of zou het geblaat zijn?
Ik riek weeral aan mijn pols. Het is windstil. De hemel is een schilderij. Niks beweegt. Zelfs geen zucht aan mijn kaken.
Bijna de langste dag.
Mijn tijd, uw tijd. De tijd beweegt van kort naar lang en omgekeerd. Hij lengt en kort. Vandaag heeft langer geduurd dan vorige zondag. Zonder klok gaat alles sneller. Het verbaast me steeds hoe snel de tijd is als ik er niet aan denk.
Hij bepaalt mijn einde. Ondertussen verbruik ik mijn toekomst.
Het is te begrijpen. Oneindigheid niet. Nog meer zou ik het niets willen begrijpen want daaruit ben ik gekomen en keer ik terug.
Er kruipt een piepklein groen insect over dit blad. Ik riek de zomer. Het koren is nog maar halfvolwassen en de maïs komt pas uit de grond. De klimop is ontembaar geworden. Dit is de drie-en-vijftigste keer.

begin

Home