En s’anderendaags is het maandag. Ik was thuis. Ik ging naar het bovenste verdiep, zag de losgekomen stopcontacten en een aan elektriciteitsdraden bengelend licht.
Dat moet in orde zijn. Het is toch niet te veeleisend als ik dat vandaag doe.
Zoals gewoonlijk was ik niets van plan. Mijn benen trilden.
Met de stres die daarop volgde trok ik ongewild in een achterwaartse beweging een stuk van de trapleuning er af.
Ik heb plaaster en gipsvijzen nodig.
Een dagtaak op een laat middaguur beginnen betekent onherroepelijk luiheid voor een vooruitstrevend mens.
Maar doorgaans ben ik niet vooruitstrevend en blijf ik ter plaatse staan in de bries van men eigen moment.
Toch moest ik nu met een auto ergens naartoe, in een materialenhuis zoeken en aan de kassa aanschuiven voor wat plaaster en gipsvijzen.
Toen ik overhit terug kwam zei ik haar dat ze best naar de kapper zou gaan omdat ik in dit aangenaam huis de elektriciteit zou afsluiten voor onbeperkte duur.
Dat deed ze, en toen ze terug kwam had ik bijna gedaan.
dit is een beschreven blad in de kelder
een hete julidag in tweeduizend en zes
hier omarmt de koelte een verhit bovenlijf
winter en zomer sta ik hier te kappen en te plaveien
met enorme tussenpozen
toch zal dit huzarenwerk eens stoppen
in een moment van de tijd
dan leg ik me hier neer
in de bries van een heden
dat nu nog toekomst is
verbruikte toekomst is hier een waar festijn
echt waar
ik sta hier niet te liegen
het riekt hier naar stof en cement
wat bovengronds gebeurt merk ik niet eens
als ik niet dood val op een veldweg of een straat met plaatselijk verkeer
wil ik afscheid nemen van dit leven
in deze kelder op mijn eigen manier
In deze nacht rooster ik vier sardienen
moest ik een keuken mogen dienen serveerde ik bloedpens met cointro
en daarna geroosterde sardienen met peper en citroen
op eten met graten en al
chez sois
bloedpens met cointro
geroosterde sardienen met graten, peper en citroen
en een stukje oud brood.
begin
Home
|