
zaterdag 12 juni 2004 Een totem, twee planten en een hond. Hier zit ik in het zonlicht liggend tegen een boom te beschrijven. Grashalmen met toppen vol zaad, insekten in het ijle en twee planten vier weken oud op deze plaats met een naam, totemplaats voor dankbaarheid om het toeval te leven en te leren in volle vlucht. zondag 13 juni 2004 Een doorweekte zondagochtend zonder veel lawaai. Een tas verse koffie tussen opgedroogd weggewaaid kaarsvet op een nonchalant verweerde tafel. Ik heb zin om vandaag te kokkerellen met jonge patatjes, gember, knoflook, gestoofde champignons met sojascheuten en een geroosterd varkenshaasje. We hebben in de kelder nog een ronde toegankelijke wijn met een animaal toetsje in de neus en krachtige aroma’s in de afdronk. Eerst naar het stembureau waar ik kies voor Vera Dua. Ik heb gekozen voor affiniteit en tedere boezems. zaterdag 20 augustus 2004 Het heeft vannacht geregend. Op het nat wegdek weerkaatst de oostengloed. Het is nog vroeg met onopgeschrikt wild. Fazanten lopen wanordelijk voor me heen. Pas als ik dichtbij kom vliegen ze als logge overbeladen vliegers weg. In de dalen heeft de regenval het slijk over de weg gespoeld. De ochtendwind is licht. Straks priemt de zon zich een weg door de nevels. zondag 29 augustus 2004 We dronken dure wijnen en filosofeerden over kunst en vrouwen. De vrouwen waren er niet bij. Die waren ergens anders. Na middernacht dronken we nog Calvados uit champagneglazen tot elke betekenis uit onze gesprekken verdween. Alleen de volle maan luisterde nog mee. Later, tussen nacht en dageraad, is mijn fiets met mij naar huis gereden en kwamen we beiden ongeschonden terecht waar we moesten zijn. zondag 5 september 2004 Bier, pensen, hamburgers en zweterige lijven, men schreeuwt het gejoel voorbij. Haar schreeuw houd ze voor zichzelf want die is van haar alleen en die zou door merg en been janken. Eenzame fietsers horen er niet bij en worden van de weg geduwd, de weg die vandaag aan het peleton behoort. Wellicht ligt het aan haarzelf of komt het door de zon die als een gloedheet zwaard haar vel beslaat. Deze dag is begonnen met een gedachte aan haar. zondag 16 januari 2005 Zondagmiddag in de winterzon op een buitenterras aan de oude markt, het epicentrum van een verlaten studentenstad. Warme zonnekant en schaduwzijde. Verwarmde rechter- en koele linkerhelft. Bij haar is het net omgekeerd want ze zit voor mij. We zitten zijdelings in de zon. Zij drinkt Porto, en ik trappist. Een Rochefort van tien graden met uitgeschonken fond en een kraagje dat doet denken aan de slagroom van een onaangeroerde Irish coffee.
|
![]() |
Zij was daar. Ik had haar eerst niet herkend. En toch, zij zat daar helemaal alleen te eten in mijn favoriete pittabar. De laatste keer dat ik haar ontmoette was maanden geleden op mijn verjaardagsfeest; de voorlaatste keer op haar vernissage en voordien op de trouwfeest van een vriend die ook haar vriend is. Nu was het de magie van het toeval. Ik ken haar voor ik zijbijmij drie-en dertig jaar geleden leerde kennen. Elke morgen stapte ze op de bus met een kartonnen farde onder haar armen. Ik zat op de achterbank en keek naar haar schoonheid. Ze heeft mij nooit gezien. En dan, per toeval, tien geleden, zag ik haar weer. Het was op een verjaardagsfeest bij vrienden. Het duurde vooraleer ik haar herkende. Ik heb haar er nooit iets over verteld. donderdag 20 januari 2005 Stoere jongens en knappe meisjes. Ze doen zoals op MTV. Nog even voor het uitgaan gaan ze voor de spiegel staan. Zonder tegenslag worden ze onoverwinnelijk. Ze zitten boordevol geloof. Ze kunnen fabelachtige dingen denken. Slip-poses en gecamoufleerde borsten die liegen voor wie zich de waarheid pretendeert. En daar kijken ze dan watertandend naar uit, naar stoere reclame met sensuele vrouwen gehuld in satijnen gewaden. Drink een Martini en rook een Marlboro. Roken en alcohol zijn dodelijk staat er dan geschreven. zondag 23 januari 2005 Het gloeit, het bloeit, het vloeit. Zon viert zondagochtend. In de klokkentoren galmt de tijd voor de zondagsmis. zondag 6 februari 2005 De bruidsluier aan de hondenren moet gesnoeid. Het is drie jaar geleden. Alle takken die het dak overwoekeren gaan weg tot aan de stam. Het duurt een halve dag om zoveel snoeiafval bijeen te krijgen. Nu nog verbranden. waterdame Weet je nog, die dame die in avondtoilet door die kille ochtend aan het water slenterde? Je komt niet vaak juli 2005 Sinds vanmiddag heb ik geen sigaret meer gerookt, heb ik het maagzuur laten uitborrelen en heb ik gebaad. Afspraak bij de tandarts! Ik ben er altijd op tijd. Om te voorkomen dat ik me ga opwinden laten ze me nooit langer dan twee minuten wachten. dinsdag 19 juli 2005 Rond twee uur 's morgens ijsberen in de tuin, op het terras, van buiten naar binnen en dan terug buiten lurkend aan een sigaret. Slapeloos zonder reden. Lichaam in nachtgewaad, ronddolend in wind die voorbode van een onweer zou kunnen zijn. Ik heb nochtans geen bliksem gezien. |
|
![]() |
donderdag 21 juli 2005 vrijdag 22 juli 2005 Schat, ben je er nog? In het nooit aflatend gekolk van golven op de rand van water en land We zitten in een barbaarse gezelligheid op het terras. Verscholen voor een matige regenbui heeft ze een deken over zich heen gelegd. Aperitieven met een fles Pineau des Charents van Jules Gautret. Pas maintenant chérie. Ze leest, ik schrijf. Wat een geluk hier niet te moeten zitten in een achterkamertje van een krap appartement in Sint-Jans-Molenbeek zoals Sher Nazar. Afghaan zijn land ontvlucht. De wereld wordt te klein. Nooit aflatend gekolk van golven op de rand van water en land Er klinkt latinomuziek hier niet ver vandaan. Ik ga ernaar kijken en luisteren. Op de dansvloer van een meter hoog spelen kinderen in een indianendans. Er is zelfs eentje bij dat kruipt terwijl de mama bezorgd uitkijkt aan de rand van een meter hoog. Het komt door de muziek , het is de speelsheid in het leven dat ik zie. dinsdag 30 augustus 2005 Terwijl de stad smeult naar de vooravond leur ik glurend, turend langs drukke straten en pleinen. Soms raken ogen elkaar, ontmoeten ze de grens van het onuitstaanbare. Een winter daarna… In het veld dampt mest dat uit de beestenstal werd gehaald. Op tijd om een vergezicht te zien opkomen aan de horizon. Eens de ronding is gestegen worden mijn ogen verblind. Er is veel te zien in die roze hemel. Eenden in volle vlucht, witte strepen waterdamp van aluminium vogels en slierten mist in dalen. Ga nu verder naar het gezoem in het oosten tot aan de hoofdweg die twee velden scheidt. Uit het fornuis komt vuur dat de schenkel verhit. Voedselschaarste is er niet. Geen ontberingen moeten ondergaan… de ouderschoot ontgaan ik vraag me af of het verlangen om een vogel te zijn verdwijnt door ontbering in dit leven net zoals dat kortstondig moment tussen jeugd en volwassenheid
|
|
zondag 22 januari 2006 6h: Ik wordt wakker met het verlangen om nog tien minuten te blijven liggen, tot het besef doordringt dat het zondag is. Ik wroet me diep onder de sprei en stamel iets van: het weekend is nog niet voorbij. Zalig!
vrijdag 3 februari 2006
donderdag 9 februari 2006 Stoofvlees. En die muren, wat doen we ermee?
woensdag 8 februari 2006 De kroketten en het varkenshaasje zijn bijna gaar. Hij serveert zichzelf een bierglas met wijn en zegt terwijl hij zijn gitaar uit de staander gritst: “Ik zal het overschot opwarmen als ik terug ben. We hebben repetitie. Er komt een zangeres”. in mijn handpalm een parfum van aanraking veel later:
|
|