dit gedicht heeft geen hart
gaat niet over mijn stad
maar over lijken
pikkerij, stemming
makerij, verblind als ik ben
door grootheidswaanzin
o ja, ik weet als geen ander
het dient als surrogaat
voor vuig verlangen naar
hoe slinks verpak ik mijn tirannie
der zelfverheerlijking
in een litanie vol zelfkastijding
ik smeek u
bombardeer mijn stad
met een stormvloed van schijn
heiligheid daal op mij neer
verwoest mij met kracht
raak mij in mijn hart
totdat ik
met mijn hand op die leegte
wel zal moeten zweren:
ik, lijk
de dichter
verloochen mijn stad
mijn gedicht, zonder hart