| DROOM 9 | |
In Kathmandou was de revolutie net gedaan toen ik er aan kwam. Zij zou later op de dag komen. In afwachting ging ik naar een jeugdherberg waar ik vroeger al gelogeerd had. De hippies waren teruggekomen. Het was vervallen. Het stonk er naar pis en bovendien was er geen plaats meer.
Ik plaste in de hall, nam mijn bagage en ging de stad in. Het was er druk. De mensen zongen en dansten. Op een plein kwam ik mijn ouders tegen die eveneens op zoek waren naar een logement. Wat doen die hier in Nepal, vroeg ik me af. Ik herinnerde me nog een leegstaand huis aan de rand van de stad waar ik op een vorige reis, lang geleden, gewoond had. We gingen er naartoe en moesten eerst hout ruimen dat iemand binnen opgestapeld had. Plots stormde een neushoorn op ons af. We verstopten ons achter een houten wand. Dan zag ik haar komen langs een aarden weg. Ze herinnerde zich ook het huis maar had de neushoorn niet gezien. Er loopt hier een neushoorn rond, riep ik. Ze lachte en droeg een kind op haar arm.
|
|