terug

Home

 

 

.

 

 driedroom

 

Ik lag met haar in een bed waarvan de lakens besmeurd waren met olie en vet. We maakten ruzie over wiens schuld dat was. Het bed stond onder een afdak op een publieke plaats. Van op een terras wenkte mij een collega die ik dertig jaar niet meer ontmoet had. Mijn kleren hingen op de stoel naast hem. Halfnaakt liep ik ernaar toe en trok haastig mijn kleren aan terwijl de omstanders verbaasd toekeken.
“Ik heb iets voor u besteld” zei hij. Het verbaasde mij dat hij Nederlands sprak.
Kort daarna kronkelden roetwolken door een heldere lucht. Ze verspreidden zich vliegensvlug en lieten een zwavelgeur na. Iemand leende mij een wit paard waarmee ik langs heuvels stormde, de roetwolken ontwijkend. In een dorp kon ik het paard niet doen stoppen. Het had geen teugels aan. Plots gleed het uit en kwamen we ten val. Toen ik recht stond liep het paard naar de inkomhal van een hotel en begon daar te vechten met een ijsbeer. Een bloedig gevecht dat lang duurde. Uiteindelijk werd het paard verscheurd.
“Haast u voor de bedelstok en wordt schaapherder in de bergen! “ schreeuwde de hotelier. Later ontmoette ik mijn nicht en nonkel als personages uit de late jaren zestig. Ik herbeleefde de begrafenis van mijn grootvader, ook al was ik toen nog heel jong.
Terwijl de mensen langs de binnenkoer in een plechtige tristesse naar binnen gingen om de overledene een laatste groet te brengen, hoorde ik mijn grootmoeder ontroostbaar huilen.
Ik had het lijk ook gezien en was geschrokken van dat wit vertrokken gelaat met ingezakte oogleden. Ik voelde zo de dood in die kamer. Het rook er naar Keuls water.
Plots begon ik neerwaarts te kantelen en hoorde ik achter mijn rug een geluid dat op een aanraking leek.
Nu liggen we als onbekenden afzijdig als slangen in een mysterie aan elkaar gekleefd. Als ik haar kus zegt ze: zo heb ik niemand gekend. Beneden is er een groot feest aan de gang. De genodigden zijn bekenden. De kinderen slapen buiten met een roofdier dat ik meegebracht heb. Overspelig zit mijn vader in het vroege uur nog aan een glas cognac te nippen terwijl hij zegt: overdrijven we nu niet?
In feite kunnen we mekaar niet verstaan in onze dovemansoren.
Ik mis iemand die niet gekomen is.
Dan is plots het feest gedaan, slapen de bekenden en komt er vuur uit de hemel. Ik ga met de kinderen ondergronds.