Iemand had me haar baby toevertrouwd. Zij kon er onmogelijk de eerste weken voor zorgen. Ze wist dat ik dat kon en we waren al jaren goed bevriend.
Elke dag onderweg nam ik de baby mee.
Op een keer had ik hem bij iemand te slapen gelegd. Ik moest naar een conferentie die uren kon duren. Ik zou hem achteraf komen halen.
Toen de conferentie gedaan was, was ik vergeten waar ik het kind achtergelaten had. Hoezeer ik ook mijn best deed, ik kon mij niets herinneren.
Noodgedwongen vervolgde ik alleen mijn weg. Het zou me wel later te binnen schieten.
Dat gebeurde echter niet, en hoe meer de dagen vervlogen, hoe minder ik er nog aan dacht.
Na verloop van tijd liep ik onverwacht de moeder met haar vriend tegen het lijf. Ze vroegen waar de baby was. Ik bekende dat ik hem ergens achtergelaten had maar dat hij ongetwijfeld in goede handen zou zijn.
Daarop dreigde haar vriend mij hardhandig aan te pakken, wat ze net kon verhinderen. Ze waren in alle staten en verweten me grove nalatigheid. Zij was diep teleurgesteld. Toch stond ze me toe hen te vergezellen op een tocht die verliep langs een vreemde stad met monumentale gebouwen en zonovergoten tuinen. Ze kenden er iedereen.
Door nog onduidelijke omstandigheden verloor ik ook hen uit het oog en werd ik in een openbaar ambt tewerk gesteld. Het duurde niet lang of ik begon onopzettelijk te spijbelen.
In plaats van me langs de kortste weg met het openbaar vervoer naar het werk te begeven ging ik te voet en maakte omwegen waarbij ik regelmatig de weg verloor en zo met halve dagen vertraging op het werk kwam. Soms gebeurde het dat ik niet kwam opdagen. Als sanctie stelden ze me in dienst als gevangenisbewaker.
Al tijdens mijn eerste werkdag werd ik uitgedaagd door een gevangene. Ik liep door een werkplaats waar ze vrij rondliepen. Iemand versperde mij de weg met een langwerpig metalen voorwerp. Toen ik berispend reageerde werd hij agressief en kon een medebewaker gelukkig nog de gemoederen bedaren. ‘Je moet begripvol op hun gedrag anticiperen’ vertelde hij mij.
Beleefd vroeg ik aan de gevangene wat hij met het metalen voorwerp van plan was.
‘Dit is een zaagblad. Hiermee ga ik het versleten zaagblad vervangen’ antwoordde hij vriendelijk.
We gingen helemaal achteraan waar een grote lintzaag stond. Het rook er naar olie en metaal.
Terwijl de gevangene het zaagblad monteerde hoorde ik de baby schreien. Het was een opluchting. Nu kon ik hem meenemen en alles goed maken bij de vriendin.
Dan zette de gevangene de lintzaag in werking. Knarsend kwam het logge gevaarte in beweging en werd de rotatie opgedreven. In korte tijd draaide het met een hels lawaai op volle toeren.
Plots liep iedereen in paniek weg. Daverend bleef de machine maar sneller en sneller draaien. Ik wist niet hoe ik ze moest stoppen.
In het nauw gedreven liep ik door het atelier op zoek naar de baby en zag ik hoe het zaagblad zich van de machine losrukte en vlijmscherp in razende snelheid door het atelier slingerde. Het kwam mijn richting uit. Net toen het mijn keel dreigde over te snijden werd het donker en was alles stil.