droom 31 |
|
neushoorn Ik heb een zelfportret gemaakt en kijk ernaar, naar mijn ogen waarin ik zelden kijk, mijn tenen die altijd verborgen bleven, mijn blik zonder weinig uitdrukking omdat ik erin kijk. Mijn armen hangen slap aan mijn schouders, ongeschorenheid draagt een wit-grijze kleur met zich mee. Mijn haar is in de war. Ergens in onze wereld was de revolutie net gedaan. Zij zou later op de dag komen. In afwachting ging ik naar een jeugdherberg waar ik vroeger al gelogeerd had. Het was er nu vervallen. Het stonk er naar pis en bovendien was er geen plaats meer voor mij. Ik plaste in de hall, nam mijn bagage en ging in de stad.
|