terug

Home

 

 

.

 

 jager
droom10 

 

 

Ik weet niet waar het zich afspeelde, maar het gebeurde niet in een bos, noch op een veldweg.
Twee jagers richtten uitzinnig in woede hun geweer op mij. Ze stonden een tiental meter van me vandaan. Nog nooit had ik zo een angst gevoeld. Geen angst om te sterven maar angst om de pijn van hagelinslag in mijn lichaam. Bovendien was mijn jongste zoon net gaan plassen en kon hij elk moment achteloos in hun vizier verschijnen.
Dan stapte ik liggend uit dit verschrikkelijk tafereel en keek met half open ogen in een blik van doodse afwezigheid die verschrikkelijker was dan wat zich in dit rijk der levenden kan afspelen. Ik wou niet in die priemende verstarde ogen kijken, maar ik kon het me tegelijkertijd niet laten. Telkens als ik er onvermijdelijk bijna dwangmatig naar keek, zweepte de angst en afkeer door mijn ziel.
Ik wou opstaan en naar beneden gaan maar ik durfde niet. Ik was bang om die blik, die gedaante te ontmoeten bij het afdalen van de wenteltrap. Wat me verontrustte was dat ik wakker was en dat beeld uit mijn droom bleef bestaan, me achtervolgde in deze zogenaamde werkelijkheid.
Vervolgens sloot ik mijn ogen.
Tot mijn opluchting begon ik daarna mijn inboedel te verhuizen naar het ouderlijk huis. De onnuttige dingen gooide ik op een container en het noodzakelijke bracht ik met een stootkar naar huis.
Tot mijn ontstentenis was het huis niet leeg. Ik moest mijn stootkar aan de voordeur laten staan.
Die dag zou mijn eerste lief komen inwonen maar mijn moeder lag ongeneeslijk ziek te bed. Vooraleer dat een teleurstelling werd, werd ik opnieuw wakker, dronk ik een tas koffie, poetste mijn tanden, waste me waar het nodig was en begon de dag.