| DROOM 10 | |
maandag 17 juli 2006 subject: halfdroom Ik herbeleefde de begrafenis van mijn grootvader, ook al was ik toen nog heel jong. Terwijl de mensen langs de binnenkoer in een plechtige tristesse naar binnen gingen om de overledene een laatste groet te brengen, hoorde ik mijn grootmoeder ontroostbaar huilen. Ik had het lijk ook gezien en was geschrokken van dat wit vertrokken gelaat met ingezakte oogleden. Ik voelde zo de dood in die kamer. Het rook er naar Keuls water. Ik werd halfwakker en zag door het dakraam dat het klaar werd. Ik hoorde duizenden vogels als in een concert zingen. Nochtans ben ik halfdoof. Ofwel hoorde ik een zwak signaal dat door mijn gedachten versterkt werd, ofwel werd het door mijn geest geschapen. Ik denk dat het dat laatste was. Ik lag nog te dromen, mij ervan bewust zijnde dat ik in bed lag en wakker zou worden. Mijn geest was ijl, mijn lichaam zo licht als lucht. Plots begon ik neerwaarts te kantelen en hoorde ik achter mijn rug een geluid dat op een aanraking leek. Het leek zo echt. Toch besefte ik dat dit gebeurde tussen droom en wakker zijn. Ik besloot om op te staan. Ik trok een short aan en ging buiten zitten kijken naar de blauwe lucht. De zon was opgekomen in koelte van de nacht. Ik rookte een sigaret en bleef daar maar zitten. Die droomnevel trok maar langzaam weg. Ik voelde me nog een mens van de lege ruimten, een schaduw op een witte steen. De nacht had de ochtend geteisterd als het begin van een onechte dag. Diezelfde dag, s’avond bij zonsondergang, vertelde mijn vader enthousiast over zijn kindertijd. Ze leefden in oorlogstijd en hadden een os. Hij vertelde me hoe ze vluchtten en de os lieten slachtten en daarvan het beste stukje vlees overhielden en over de zoete melk om te overleven.
|
|