begin

Home


       subject: dorp
ontmoeting 

Ik ontwaak in de zetel. Het was te warm om met twee in één bed te slapen. Een bed net te klein voor twee. Boven mij hangt een spin als een circusartiest aan een onzichtbare levenslijn. Nog hoger heeft ze een web gesponnen. De vliegen plagen mij op elk bloot lichaamsdeel. Gedaan met de slaap, het is acht uur in de ochtend en mijn kinderen zijn werkloos met vakantie, zonder geld. De Belg ook. Als de Belgen terugkeren en dit lelijk land opnieuw overbevolken zullen we het gevoel hebben dat de zomer bijna voorbij is. Eerst nog de folkloristische dorpsfeesten een voor een met de fanfare voorop. Half oogst, klinkt het in de volksmond, een terrasje doen " op den buiten " waar de boeren hun land verkavelen. Den buiten waar een nieuwe generatie met hart en ziel investeert in bakstenen en beton. Ze zouden er een nier voor verkopen. Ik heb het allemaal zien gebeuren. Ik ben de vijftig voorbij.
Middelmatigheid is hier troef. Nooit burenruzies, geen mond schuin van verachting maar ook nooit met het schuim van genot. Alles is hier betrouwbaar en dienend, met af en toe verraad in de liefde. Een dorp bijna van het dorpsleven benomen. Toch hou ik van deze plek waar iedereen iedereen kent, waar geen burgeroorlogen woeden en geen vrouwen worden verkracht tenzij in eigen bed. Dit dorp heeft iets moois. Aan de rand staat het koren te rijpen. Er fladderen koolwitjes en koninginnevlinders rond en de bloemen zijn bevolkt door bijen. In de hagen nestelen merels en s'nachts sluipen wilde katten over de straat. Je kan geen varkenshart buiten op tafel laten liggen of de wespen zitten eraan. Hier zie je nog hoogbejaarde fietsers boodschappen doen. Hier wordt nog voor een appel en een ei jenever gedronken in de kroeg.
Ik heb vanmorgen staan kijken naar kelken van gele tulpen. Het riet staat al op schouderhoogte en verraadt het minste zuchtje wind. Ook de bereklauw is opnieuw beginnen te groeien, deze keer tussen uitgebloeide spirea. De grond is zacht en de lucht azuurblauw. Een stille zaterdagmorgen in mijn tuin.
De buurvrouw stapt in wit short voorbij. Voor het eerst valt het mij op dat ze mooie benen heeft, ook al woont ze hier al een jaar of drie. Ze leeft gescheiden van haar man die een paar straten verder woont met zijn vriendin. Een buurvrouw met mooie benen om naar te gluren, dat is mooi meegenomen in dit seizoen. En op het eind van de straat woont een met Limburgs accent sprekende airhostes met blauwe ogen die altijd opgewekt is als ik ze tegenkom. Ze is een kop koffie komen drinken wanneer ze in de steek gelaten werd door haar man. Hoe kon iemand zo’n mooie goedschikkelijke vrouw  ooit in de steek laten, vroeg ik me af. Ik zou in een beerput duiken om in de gratie te komen van die vrouw. Uiteindelijk is alles goedgekomen al ligt dat niet aan mij.
Mijn ziele zingt in deze oase in een overbevolkte wereld. Ondertussen is de morgen opgeslokt door het middaguur. Evie is opgestaan en geeft zichzelf een spuit. De koffiekoeken staan klaar buiten op tafel. Ik heb ze in de papieren broodzak gelaten, beschermd tegen de zon. Even later komt Bert erbij. Ik sta voor een ogenblik, privacy gunnend, deze schrijverstafel vaderlijk af voor een middagontbijt. Dankbaarheid hiervoor moet ik mezelf inbeelden, maar zo gaat dat nu eenmaal met jong volk, gestreseerd door examenperikelen.
Ondertussen tip ik de met de hand in schoon schrift geschreven tekst over op mijn computer, een gedoe met nefaste gevolgen. Door het gemis aan pen en buitenlucht verdwijnt de inspiratie onder eentonig gezoem van het apparaat, een geluid dat mijn emoties nivelleert. Het lijkt wel op een door wind en regen platgewalst wiegend korenveld. Die letters zijn zo egaal, de emotie van handschrift ontwijkend. Neen, voor mij geen virtueel schrift. Taal moet je beitelen in één trek waarin de gedachte uitgekotst wordt met de hand als instrument.
Het verhaal van deze dag wordt verder geschreven met de hand tussen berkenbomen in stilte van contement.
Jouw ogen zijn mijn ogen niet, mijn gedachten evenmin. Ik ben maar een toeschouwer, een getuige, in het beste geval van wat zou kunnen zijn, verleden beschrijvend op een zee van tijd.

 



 

begin

Home