9h: Drie gesoigneerde dames vertrekken.
Oh, wat een mooie tuin.
Pas op voor de hondestronten!
Eerst drinken ze nog koffie. Nog wat kletsen. Dikke zoen en ze zijn weg.
Ook ik maak me klaar voor een driedaagse fietstocht. Het is stralend weer. Vanavond zal ik voorbij Antwerpen overnachten.
Wat ben ik blij. Wat zijn ze blij.
De doodsklokken luiden.
Zal ik eerst nog een broodje met zalm eten voor ik vertrek? Zal ik dit dagboek met pen en inktpot meenemen?
De twijfel bekruipt me. De inktpot is bijna leeg waardoor de punt van mijn nieuwe vergulde pen de bodem raakt als ik haar erin sop. Dat slijt. Ik koop nieuwe inkt en meteen een krant.
De klokken luiden opnieuw. Stef slaapt waarschijnlijk het middaguur voorbij. Dan ben ik allang vertrokken.
Zal ik me scheren voor ik vertrek? Neen, ik heb me gisteren geschoren.
Naar het toilet, ja, dat wel. Toiletpapier en een propere zakdoek niet vergeten. De hond blaft. Ik mag niet vergeten haar eten en drinken te geven.
Op het kerkplein speelt de Jakke op zijn saxofoon. Hij is al ladderzat. Stillist met valse noten.
Hij is zelfstandig trappenmaker. Zelfstandig trappenmaker improviseert op zaterdagochtend op een plein. Je moet het maar doen.
Lang zal het niet meer duren vooraleer de klokken voor hem zullen luiden. Zijn lever is kapot.
begin
Home
|