13h30: In de composthoop krioelt het van het leven. Duizendpoten, mieren, heel kleine regenwormen en nog duizend andere variëteiten zwerven door het donkerbruin overschot dat ooit keukenafval was.
Ze doen ongestoord verder, vreten alles op. Ik denk dat het hun uitwerpselen zijn die composteren.
Wat zegt het groot woordenboek der nederlandse taal?
"Compost is een meststof van fecaliën en allerlei andere dierlijke en plantaardige stoffen, met huis- en straatafval vermengd".
Deze middag is ze niet thuis gekomen. Ik eet dan maar een boterham met confituur vooraleer het leeggoed weg te doen.
De zon staat nu het hoogst. Het wordt trouwens hoog tijd om ook iets te drinken. Een glas wijn of zo. Dit is het middaguur net voorbij.
Straks begint het typisch zaterdaggeluid: grasmaaiers. Eerst begint er eentje. Dan volgen ze allemaal. Ik doe het natuurlijk met de hand.
Het autoverkeer wordt ook drukker. Met zen allen naar de supermarkt.
Mij niet gezien. Ik koop mijn waar hier vlakbij bij de bakker, de kruidenier en de beenhouwer. Een viswinkel ontbreekt hier nog.
Schandalig duur, dat wel, maar ik rijd al jaren met geen auto meer. Ik heb ronduit een grondige hekel aan wagens.
Antwerpen, Brussel, Leuven...toujour en vélo, winter en zomer.
Verdorie, nu ik eraan denk: ik moet mijn zadel nog invetten!
Het is veertien uur wanneer mijn zoon oververhit uit bed komt.
Vanmorgen goed gefuifd zeker?
Nogal, ja.
Je hebt het beste van de dag gemist.
Zonder iets te zeggen loopt hij mij op blote voeten voorbij, gaat naar zijn fiets ( ik heb de indruk dat hij zich wil vergewissen of er alles nog opstaat ) komt dan terug en vraagt: 'wil je mijn remmen bijregelen?'
Als jij me helpt met de takken in de hof.
Voila. Een deal gesloten.
In feite heb ik meer zin om hier zomaar te blijven zitten.
Over de ronde tuintafel schijnt boven de middenlijn de zon en eronder ligt een schaduw.
In die schaduw zit ik hier.
Een meter verder ligt de hond uitgestrekt te slapen. Ze heeft net een brok rauw soepvlees gekregen. Zes Euro en haar gelukzaligheid waard.
Oei, de doodsklokken luiden. Weeral iemand aan zijn einde gekomen.
Nu vliegt een hommel bijna in mijn oor. Ik heb de aanraking gevoeld.
Alleen de stank van oorsmeer heeft haar gedachten veranderd. In feite heeft mijn oor de vorm van een bloem met een menselijke geur. Dat schrikt die insecten af.
Instinctmatig ( en ook uit ervaring ) weet ik dat ik nu moet ophouden met te beschrijven. Anders wordt onzin onverdraagelijk.
begin
Home
|