CUBA
Cubanen zijn impulsieve mensen met een vriendelijk hart. En dan die glimlachende ogen. Binnen maakt weinig verschil met buiten. Waarom dan het traliewerk voor hun deuren? Ze maken muziek en dansen graag. Zelfs de maan ligt op haar rug.
Plots kom je in een werelddeel waar zuid-Amerika in het noorden ligt.
Op de autosnelweg bewegen voetgangers en fietsers. Zelfs de politie staat er te liften. Er zijn enorme deuken in de weg. Dan moet je hun sporen volgen. Toch hebben ze hem breed genoeg gemaakt om er vliegtuigen op te laten landen. Ze zijn inventief.
In de winkel kan je verroeste moeren en bouten kopen per stuk. De schoolbus die bij ons gesubsidieerd in het museum staat rijdt ginder door de straat. Het werkt.
Je loopt langs bananenbomen en er rijdt een oude vrachtwagen voorbij volgeladen met ananas. Uit de uitlaat komt zwarte rook.
De vrouwen zijn mooi zo zelfverzekerd. Ook de mannen.
De airbus stijgt op. In Madrid scheen de zon. De motoren spuwen waterdamp. Het zijn er vier die bulderen. We gaan over de oceaan. Verblindend licht hoog in de lucht. Wolken vanboven in het zonlicht lijken zo zacht dat je erin wil duiken. Vraag me af of het donker wordt onderweg.
Twee-en-twintig uur plaatselijke tijd ...een eerste sigaret in Habana. Taxi naar calle Jesus Maria. De moeder opent het traliewerk. Later op de binnenkoer zie ik een slapende papegaai. Vooraleer Marcos slapen gaat toont hij mij waar de wc staat en hoe de trap naar boven gaat. Ik blijf nog een tijdje zitten. De Cubaanse vrouw blijft ook. Ze ruimt zwijgzaam op. Ik heb de stegen nog niet in klaarlichte dag gezien.
µ
Op zaterdag drie april 's ochtends kraaide een haan. De papegaai is er nog. Ik ben als eerste opgestaan. Het is goed hier. De ontbijttafel is van gietijzer. Ik wil al in de stegen lopen maar de tralies zijn nog gesloten. Eerst een eitje.
Later...om aan de malecon te geraken moet je een brede avenue oversteken. In het centrum wordt op straat honkbal gespeeld.
In de vooravond zitten Cubanen op de deurdorpel. We kopen een liter rhum.
's Avonds zit er een kip en een grote zwarte vogel in een kooi. De muzikanten zingen vier stemmen in andere tonen tesamen vlakbij. De revolutie klinkt.
Ze is van Griekse afkomst. Mooie vrouw. Vier jaar geleden heeft ze Leuven bezocht. Ik zeg, als ze dat nog doet, ik haar de spinnenwebben in een vervallen kerk kan tonen. Ze lacht alsof ik een grap vertel.
Vuurvrouwj komt beneden. De parkieten fluiten. Dan gebeurt wat niemand had verwacht: de papegaai valt van zijn stokje. Hij slentert verder over de stenen vloer. Er resten ons nog zestien dagen. De toekomst wordt op een vreemde manier verbruikt.
In Caleon de Hamel dansen Afrikanen. Een slenteraar probeert parfum in een limonadefles te verkopen.
Taxi naar Plaza De La Revolution. Hij is illegaal, een Dodge met Eliot Ness carosserie. Dashbord in cromé, groot stuur, vitessenpook die knort, het plafond bekleed met leder...alles tot op de draad versleten.
Op de begraafplaats slaapt een man met twee honden. Hola, de zon gaat lager staan. We gaan te voet verder.
Tien voor negen op de grote plaats van de camera obscura staan de tafels buiten. Beeldschone vrouw op hoge hakken danst met slanke man. Niet ver vandaan leunt een vrouw tegen een pilaar. Ze is mager en heeft een getaand gelaat. Als een hond die niet mee aan tafel mag kijkt ze naar overschot van vis op tafel. Ik heb nu geen aandacht meer voor de dansende vrouw. De arme vrouw gebaart met haar handen dat ze honger heeft. Dan gaat ze onzeker in het donker weg. Zelfs nu nog spelen kinderen in het schamele licht. De automechanicien is nog aan het werk.
's Nachts komt een broodschrijver mee aan tafel zitten. Zijn vriendin rookt een sigaar. Ze zijn allang tesamen nooit getrouwd.
De laatste nacht in Habana voorbij.
Miguel zit met een vriend te praten. Zijn vrouw, Anna, brengt een kop sterke koffie. De papegaai slaapt nog.
Via Soroa naar Vinales. Marcos stuurt. De oceaanwind scheert over onze hoofden. In Casa De Lucillo y Nirma maken ze hun drinkwater in een poreuze uitgeholde steen. Er cirkelen voortdurend gieren over het dorp. In de straat zwerft een zwart varken. De honden lopen los. Ze zijn mager. Als er eentje dood gaat zijn de gieren blij.
Dinsdag in de schemer kraaien hanen. De maan staat nog aan de hemel. Het duurt niet lang. Straks te paard met verstand op nul. De merel heeft hier een omgekeerde staart en loopt als een kip. Dan kan het geen merel zijn.
Langs paden met rode aarde zakt het paard met buikpijn door de poten. Aan het meer vertelt de cowboy over zijn land dat hij nooit zal verlaten, hoe moeilijk het is om in deze staat iets voor zichzelf te verdienen. Voor het eerst proef ik van pasgeplukte koffiebonen. Ze smaken zoet.
We eten tot het donker is. Lucillo vertelt de werkelijkheid van een orkaan. Vier jaar geleden noemden ze haar Christina.
Woensdagochtend zweven de gieren al door de vallei van de Majotes. Een voettocht langs de berg. De gids toont ons geneeskrachtige planten. Hij kent ze met hun indiaanse naam. De zon brandt. Vandaag is er geen wind. Onderweg zie ik dat ananas aan een struik groeit en advocados aan een boom. De koffiebonen liggen in de zon te drogen.
In een hut hakt de man de top van een cocosnoot en giet rhum bij het sap. Wanneer we ervan drinken moeten we halsoverkop vertrekken. De politie komt eraan. Dit was illegaal.
Op de terugweg ligt een zwijn op stro onder een boom. Vanavond eten we vis. Deze keer geen chips van bananen maar van malangas. Morgen moeten we verder.
We zijn gestopt aan een bananenplantage. "Panthalon?" stamelt hij terwijl hij naar zijn versleten kledij gebaart. Ik schaam me wanneer we hem met lege handen achterlaten. De bootrit naar Cayo Levisa duurt een half uur.
Aan de overkant bewerken boeren legaal de grond met houten ploegen. De vrouwen verkopen geen fruit. We kijken naar hun donkerbruine lichamen en het witte zand. Ik tel de schelpen naast golven van goud.
Man toch, ge staat hier op een schiereiland tot aan uw knieën in de oceaan. Ze besprenkelt hem met zeewater. Hij schaterlacht en pakt haar handen vast. Dan gaat hij naar het dieper tot zijn grijze kop nog net boven de waterspiegel blijft. Zij ligt in het aanspoelend water zeevrouw te worden.
Op vrijdagochtend harkt de strandjutter het zand. De waterspiegel is onbeweeglijk blauw. Het is vroeg. Helemaal alleen aan de rand. Zweven in helder water. De zeebodem wiebelt in het zonlicht. Ik heb begrepen dat de zon nooit onder gaat, dat de maan de nacht overwint, dat nooit iets hetzelfde is.
Vollemaan vertelt over vissen die ze zag. Naar verluid is het koud aan het regenen in België. Zaterdag is het mijn beurt om te rijden. Driehonderd kilometer, de laatste vijftig langs putten en bulten het oerwoud voorbij. Zondag zijn we in Cienfuegos. Dan drinken de Cubanen rhum aan het strand. Wij eten vanavond zwarte bonen.
Maandag 12 april 2010
Kiosk aan het uiterste punt. Vollemaan heeft lelijke muggenbeten. Marcos heeft er ook last van. We gaan langs prestigieuze huizen, vroeger eigendom van de mafia, naar het centrum van de stad. Er is nauwelijks schaduw. Twee kilometer in deze hitte is te ver. We nemen paard en kar. Het paard kakt in de zak. Dan gaat mijn gehoorapparaat stuk.
Het begint te regenen. Eerst een paar druppels. Daarna stort alles met gedonder uit de hemel. Het duurt maar een half uur voor we verder kunnen door de winkelstraten. Het regent nog zacht maar met deze temperatuur kan je dat verdragen.
De prijzen liggen hier bijna even hoog als bij ons. De rhum is goedkoop. Voor een fiets geven ze zeven dagen garantie. Armoede wordt achter muren verborgen. Ik mis mijn fiets.
Dinsdag 13 april 2010
Weeral ben ik in de schemer opgestaan. Wat later komt de vrouw met sterke koffie. De vliegen poepen met zes teglijk op mijn arm.
Vandaag tachtig kilometer naar Trinidad. De eerste helft van het traject in warme vochtige lucht is voor mij. Zijbijmij dacht dat het maandag was.
Halfweg, in een boomhut, stoot Marcos zijn glas om. Vanaf nu mag hij het stuur overnemen. In de late namiddag zijn we in Casa en Centro Historico. De wind waait door de bomen in het paradijs. Uit puur contentement neem ik vollemaan in mijn armen. Tenslotte heeft zij alles geregeld. We moeten ons haasten met de douche en het aperitief want om twintig uur worden geroosterde langoustinen geserveerd.
22h: De muziekbands spelen niet ver van hier in open lucht. Salsa, rhum, heftig bewegende lichamen...Cuba danst en zingt. De geest blijft vannacht niet in de fles.
Woensdag 14 april 2010
Als je iets koopt moet je afbieden.
Bulshit.
Neen, jij bent bulshit.
Volle maan wordt dominant. Toch komen we niet in conflict.
Kom, we gaan weg na het ontbijt. De muziekanten stemmen hun instrumenten. Rond het middaguur een sandwich met kaas en een Bucanero. Ze spelen hier voor het plezier. De gitarist bespeelt de bas, de percutionist de fluit. We slenteren in een ander werelddeel.
Er scheert een gier voorbij. Ze komt van heel hoog uit de lucht. Ze klapperen niet eens met vleugels in hun vlucht.
Het is nu heel laat. Ben met Marcos nog weg geweest, het laatste verstand weggevaagd. Hier zit ik nu met een stompje van een sigaar tussen wijs en middenvinger verbruikte toekomst te beschrijven. Alleen vuurvrouw weet waarom ik dat doe.
Donderdag 15 april 2010
Buiten schreeuwt opnieuw een varken. De vrouw brengt handdoeken.
Wil jij voor mij een aperitief inschenken?
Als jij beneden glazen haalt.
Ze wil witte rhum met ananassap. Ik ga voor de bruine. Het is derig graden in de schaduw. Ik zag een vrouw met een snor.
Ik denk aan Kamiel. Hij was een reiziger, schreef om het vergetijke onvergetelijk te maken. Toen ik hem het laatst zag signeerde hij in zijn boek "Eddie is speciaal voor mij met de fiets naar hier gekomen".
Hoe gaat het met U? Hij had me eerder al verteld dat het niet lang meer zou duren. Er stond een lange rij mensen achter mij te wachten met zijn schriftuur in de hand. Ik heb nu geen tijd, zei hij. Dagen daarna is hij ontleefd. Weken heb ik met de raven gerouwd. Hij was nochthans maar een schoolkameraad, even onzeker en onbelangrijk als ik.
De avond valt. Over de oceaan woelt een orkaan hebben jullie mij gezegd. We spoelen het zweet van onze lichamen voor het avondmaal. De gieren zwenken nu. De kerstboom staat nog te flikkeren, zegt ze. Dat was rond één uur 's nachts.
Vrijdag 16 april 2010
19h30: Remedios...honderdvijftig kilometer onderweg. Ricardo prefereert dat we hem Richard noemen. Hij heeft net een huis gekocht om te verbouwen. De grootvader zit halfblind op het bed. Als ik hem een hand geef houdt hij die langdurig vast. De warmte van een oude man slaat over.
China zal vanavond krabscharen klaar maken voor ons. Eerst steekt ze buiten de lampen aan. Het gaat donker worden. Dat gaat hier sneller dan bij ons.
De dag erna toont China in de keuken hoe ze zwarte bonen klaar maakt. Volle maan vertaalt, ik film. We noemen het "de frigoles negro de China".
Zwarte bonen, water, 1 lepel suiker, zout, 1 ui, 4 teentjes look, 1 zachte peper en 1 koffielepel komijn.
De bonen 1 uur koken in een presscasserol, suiker en zout toevoegen, ui-look en peper mixen en frituren, dan met de komijn toevoegen aan de bonen en nog 5 minuten laten sudderen. Laat het dan maar rusten.
Ricardo heeft een selectief fototoestel. Je kan er enkel Cubanen mee fotograferen. Vuurvrouw schaterlacht.
Ga je straks mee sjnorkelen? Schrijven kan je thuis ook, het is je laatste kans.
En sjnorkelen kan ik thuis niet. Ik heb geen zin.
Ze proberen me in het water te krijgen. Ben je gek? Ik loop liever in de regen. Dan komt de regenboog. Ik schrijf de hele namiddag door.
's Avonds gaat opnieuw de zon onder. Aan de zijkant van de straat staat een versleten tafel met vier stoelen. Met negen spelen ze heftig een dominospel. Ernaast zit een vrouw in een schommelstoel. De straat zingt onverstaanbaar. Alle deuren staan open en aan de hemel rust de maan omgekeerd op dezelfde plaats.
Ik zie weinig sterren aan de hemel. De schurftige hond op straat maakt zich geen zorgen. Honden kijken net zoals varkens niet in de hemel. De laatste nacht in Remedios ben ik alleen, slaat de fantasie opnieuw toe. Op tafel ligt een pakje Lucky Strike. Ik hoor vollemaan op de buitenkoer met Ricardo praten. Vuurvrouw en Marcos zijn erbij. Poëzie is hier niet aan de orde. Dat is iets voor neuspeuteraars als ik die urenlang voor zich uitstaren. Voor de eerste keer in drie weken heeft een mug me gestoken. Het potlood drukt door het papier.
Als je ooit heen gaat zal ik je in elke vogel zien // de maan // de zon // de wind.
Het is tijd om naar huis te gaan.
(wat tof is is dat het tof is dat het tof was...vuurvrouw, ik, vollemaan en Marcos, ginder aan de overkant)
terug
|