subject: babskerk
Ik voel me zo gelukkig met dat zomerweer. Ze zegt het met een zwaaibeweging.
Ik ook. Het maakt iedereen blij, zelfs binnenhuis. Ik heb koffie gezet...als je wil...ik weet dat je graag sterke koffie drinkt.
Heb jij de sleutels van de kerk? Ik ga er straks naartoe.
Wil je dat ik meega?
Hoeft niet.
Ik ga mee. Het is daar bouwvallig.
We gaan te voet. Onderweg toont ze mij een bakkerij waar men de beste taarten bakt en een bloemist waar ze de mooiste bloemen verkopen.
De achterpoort van de kerk staat op een kier. Wat overblijft van de vloer is bedekt met duivenmest en kadavers. Er staan nog beelden. De biecht- en de preekstoel liggen samen met een afgebroken hand van een heilige verspreid over de grond.
We gaan boven. Als ik over de gewelven kruip roept ze: doe dat niet, het is gevaarlijk...maar ik wil de dakgebinten zien.
Terug beneden zitten we onder het stof. Ze veegt haar zwarte rok aan de voorkant af, draait de achterkant naar voren en kuist de achterkant voorwaarts. Daarna draait ze de voorkant weer naar achter en klopt ze de spinnenwebben van mijn rug.
Op de terugweg koopt ze twee taartjes.
Zullen we een terrasje doen, vraag ik.
Mag dat tijdens de werkuren?
Neen.
In de schuit dan. Ik moet plassen.
En ik heb stof in mijn keel.
begin
Home
|